Toen Benjamin (10 jaar) nog voetbalde, moest hij voor elke wedstrijd eerst zijn beenprothese laten zien. Na overleg met de trainer bepaalde de scheidsrechter of hij mee mocht doen. Vond die de prothese onveilig, of maakte een ouder bezwaar, dan bleef Benjamin op de bank. “Niet leuk, want ik wilde gewoon voetballen”, zegt hij.
Beeld: © Inge Hondebrink
Benjamin
Zijn moeder Veronique kreeg van de trainer een eerlijke inschatting: waarschijnlijk zou Benjamin negen van de tien wedstrijden niet kunnen meedoen. En dus gingen ze op zoek naar een andere sport. Bij skatepark Burnside klonk een heel ander antwoord. “Daar zeiden ze: tuurlijk kun je hier komen skaten. Als iets niet lukt, kijken we hoe het wel lukt”, vertelt Veronique. Benjamin ging skaten en snowboarden en bleek talent te hebben. Inmiddels zit hij in het talententeam parasnowboarden van TeamNL. Zijn doel: ooit meedoen aan de Paralympische Spelen.
"Als kinderen van jongs af aan samen spelen, sporten, leren en cultuur beleven, dan nemen ze die ervaring mee."
Campagne, activiteiten en onderzoek
Dat verschil tussen ‘het kan niet’ en ‘hoe maken we het mogelijk?’ raakt precies aan Inclusieve Generatie. Met dit inclusiepact zet Stichting het Gehandicapte Kind zich in Deventer drie jaar lang in om kinderen met en zonder beperking vanzelfsprekend te laten opgroeien: op school, bij de sportvereniging, in de speeltuin en tijdens culturele activiteiten. Het plan kwam van Rick Brink, de eerste officieuze minister voor Gehandicaptenzaken. Chantal van Gool, projectleider namens Stichting het Gehandicapte Kind: “Als kinderen van jongs af aan samen spelen, sporten, leren en cultuur beleven, dan nemen ze die ervaring mee. Zo ontstaat een generatie voor wie inclusie heel normaal is.”
Deventer is de eerste gemeente waar deze aanpak wordt uitgeprobeerd. De aanpak combineert een publiekscampagne, lokale activiteiten en onderzoek naar wat werkt. De Hogeschool Utrecht volgt de ontwikkeling met enquêtes en evalueert activiteiten met deelnemers en organisatoren. De geleerde lessen komen op een online, interactieve kaart met voorbeelden, filmpjes en ervaringen van kinderen, ouders en andere ervaringsdeskundigen. Daarmee kunnen ook andere gemeenten zien hoe zij inclusie concreet kunnen aanpakken.
Buiten je bubbel
De campagneboodschap ‘Samen groeien begint buiten je bubbel’ wordt uitgedragen via een blauwe Bubbelbox: een kar met een bellenblaasmachine die opduikt bij evenementen en in winkelcentra. Kinderen komen op de bellen af en gaan samen spelen. Vrijwilligers praten ondertussen met ouders over hoe kleine ontmoetingen verschil kunnen maken, en hoe samen opgroeien voor ieder kind verrijkend is. “Veel mensen zeggen dat zij geen kinderen met een beperking kennen”, vertelt Chantal. “Maar die wonen natuurlijk gewoon in dezelfde wijk. Alleen zien we hen vaak niet omdat ze naar aparte voorzieningen gaan.”
Een Bubbelbrigade maakt daarnaast zichtbaar wat kinderen nodig hebben. Deze brigade bestaat uit acht kinderen met en zonder beperking, waaronder Benjamin. Samen bezoeken zij speeltuinen en evenementen en onderzoeken wat wel en niet werkt. Kan een kind in een rolstoel naar het toilet? Is een activiteit prettig voor iemand die snel overprikkeld raakt? Kan een doof of blind kind meedoen? Bij de sinterklaasintocht zagen ze bijvoorbeeld hoe een gebarentolkpiet het feest toegankelijk maakte.
Beeld: © Inge Hondebrink
Kinderen brengen een nieuw perspectief in
Aranka Schippers ziet van dichtbij waarom die blik van kinderen nodig is. Ze is raadslid voor Deventer Belang en heeft inclusie en toegankelijkheid in haar portefeuille. Door haar lichamelijke beperking gebruikt ze geregeld een rolstoel. “We zijn allemaal welwillend, maar ook onwetend”, zegt ze. “We ontwerpen vanuit het perspectief van iemand die loopt. Veel beperkingen zijn bovendien onzichtbaar. Als niemand laat zien waar het misgaat, weten mensen het niet.” Voor haar is een belangrijke les uit de pilot: luister niet alleen naar deskundigen en organisaties, maar ook naar kinderen. “Volwassenen bedenken vaak oplossingen vóór mensen met een beperking. Kinderen groeien op zonder die vaste ideeën. Als zij leren om inclusief samen op te trekken en rekening te houden met elkaar, dan nemen ze dat later mee als werknemer, bestuurder, vrijwilliger of ouder.”
"Luister niet alleen naar deskundigen en organisaties, maar ook naar kinderen."
In januari 2026, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen vond in Deventer een kinderdebat plaats. Kinderen spraken daar over onderwijs, sport, spelen en toegankelijkheid, en raadsleden vertelden wat hierover in hun partijprogramma stond. Sommige raadsleden zeiden na afloop dat ze nog nooit vanuit dit kindperspectief naar inclusie hadden gekeken. Voor Aranka laat dat precies zien waarom kinderen rechtstreeks bij beleid betrokken moeten worden. Haar advies aan andere gemeenten: “Organiseer een kinderdebat en zet een Bubbelbrigade op. Dan heb je al een heel grote stap gezet.”
Van concrete resultaten naar blijvende verandering
In Deventer ontstaan inmiddels concrete resultaten. Op een basisschool gaan kinderen die eerst dagelijks met een busje naar het speciaal onderwijs reisden nu in hun eigen wijk naar school. Een gespecialiseerde leerkracht ondersteunt en helpt het hele schoolteam om passend onderwijs te geven. Zo kan de school ook andere leerlingen langer binnen de reguliere klas houden.
Ook bij sportverenigingen groeit het bewustzijn. Verenigingen hebben vooral ondersteuning nodig bij bewustwording en praktische kennis. Sportbedrijf Deventer geeft daarom workshops aan bestuurders, trainers en vrijwilligers over inclusief sporten. “Het zijn allemaal zaadjes”, zegt Chantal. “Maar daarmee breng je wel verandering teweeg.”
Het kinderdebat kreeg eveneens een concreet vervolg. Ouders en kinderen hadden aangekaart dat een gewoon rolstoeltoilet niet voor iedereen bruikbaar is. Sommige kinderen hebben een tillift, een liggende verschoonplek en extra ruimte nodig. Na het debat werd een motie voor zo’n Changing Places-toilet ingediend én aangenomen. De gemeente heeft hiervoor inmiddels een locatie gevonden. Chantal: “Ouders merken: dit hebben wij aangedragen en nu gebeurt er iets.”
Beeld: © Inge Hondebrink
Beweging van twee kanten
Voor blijvende verandering zijn inwoners én de gemeente nodig. Ouders moeten duidelijk maken wat hun kinderen nodig hebben. De gemeente moet voorbeelden, ruimte en ondersteuning bieden, zodat scholen, verenigingen en organisatoren weten hoe ze kunnen beginnen. Chantal: “Dat gaat een stap verder dan het opstellen van de verplichte Lokale Inclusie Agenda (LIA). De LIA moet een vast onderdeel worden van besluiten, beleid en de dagelijkse praktijk. Na twee jaar zie ik dat het hier in Deventer echt op gang komt. Maar het vraagt een lange adem.”
Raadslid Aranka waarschuwt daarbij voor twee uitersten. Zonder duidelijke kaders blijft inclusie vrijblijvend, maar te veel regels kunnen vrijwilligers en organisaties afschrikken. “De grootste winst zit in kennis en in de mindset”, zegt ze. “Maak praktische informatie beschikbaar, blijf kinderen en ouders vragen wat zij nodig hebben en betrek hen vanaf het begin bij projecten. Een speeltuin kan bijvoorbeeld vaak voor hetzelfde geld inclusief worden ingericht als daar meteen over wordt nagedacht.”
Ondertussen heeft Benjamin al een grote wens: een nieuw skatepark in zijn wijk. Het huidige park is oud en versleten. Er ligt al een ontwerp voor een plek waar ervaren skaters, jonge kinderen en kinderen die minder mobiel zijn naast elkaar kunnen sporten en spelen. De wethouder is enthousiast, maar financiering en besluitvorming kosten tijd. Benjamin blijft zich ervoor inzetten. Want meedoen begint voor hem bij een plek waar ieder kind welkom is.